In zilveren harnas

“Michael Hofstede was een uitverkorene. In zijn ogen scheen een ander licht. Zijn gezicht was open. Er ging iets stralends van uit, de uitdrukking van genade.” Zo begint de derde roman In zilveren harnas.
Dit boek roept een wereld op van sublieme schijn en bedrieglijke illusies. Het is het spannende en inheilspellende verhaal van Michael Hofstede, die met zijn grillen, dromen en perversies zijn leven en zijn omgeving naar zijn hand zet. Als dichter van het ongeschreven werk is hij onverzadigbaar op zoek naar het ware leven, naar de grote allesbeheersende liefde en de verzengende hartstocht. Verstrikt in zijn verzinsels wordt Michael Hofstede achtervolgd door de vraag of hij zijn muze heeft vermoord en zo zijn eigen verdwijning heeft geënsceneerd.
In deze roman verbindt Kester Freriks poëzie met het genre van de thriller. P.M. Reinders schreef in NRC Handelsblad: “In de Nederlandse literatuur heeft Kester Freriks weinig zielsverwanten. De romantiek staat op een laag pitje en Freriks is een van de weinigen die het vuurtje gaande houden. Dat was al zo in Hölderlins toren en nog sterker in zijn voorlaatste roman Domino uit 1988. Daar schiep de verbeelding steeds stukjes paradijs die er prachtig uitzagen maar noch bewoonbaar noch bestending bleken. De hoofdfiguur kon er alleen maar als een weggejaagde Adam even naar kijken. In zijn nieuwe roman In zilveren harnas overheerst een onstilbaar verlangen naar passie.”
Ingrid Hoogervorst in De Telegraaf: “Een bedreven stilist, die met lyrisch woordgebruik en soepel lopende zinnen prachtig proza schrijft.”

In zilveren harnas. Roman. Uitg. Meulenhoff, Amsterdam 1993.
Schilderij op het omslag: Kees van Dongen ‘Liggende vrouw’, ca. 1910.