Lippenrood. Vijfentwintig gedichten

Jarenlang publiceerde Kester Freriks gedichten in vooraanstaande tijdschriften als De Gids, De Revisor en Tirade. In de bundel Lippenrood is zijn poëzie – voorlopig – gebundeld. Het gedicht ‘Van het hoge duin’ (2) is opgenomen in Meulenhoffs Dagkalender 1994 Nederlandse poëzie. In Komrij’s Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten (Amsterdam, 2004) zijn opgenomen ‘Wijnrood’ en ´Sprookje’.

Van het hoge duin (4)

De eucalyptus kamt nooit zijn haren en ruist luider
dan de zee, daar waar het Grieks als van een kleurdoos is.
Hier, aan de andere kust bestaat niet wat niet te koop is.
Aan zee zie ik de kleuren van mijn jeugd opnieuw.

In het hoge koren verdronken boerderijen. Kroondomein
Van helgeel; de eerste lust onder het lindegroen en vuur-
rood de vinnen van de baarzen die we uit de sloot sloegen,
wakken makend in het kroos, de spotlach van de specht.

Schraal licht over de dingen. Is dat de wil van de wereld?
Een huis is niet het wonen; de zee niet het verlangen.

Ik moet opgaan in de wereld zoals ze is:
ik ben tegen, ik verzet en trap op me heen.
En ook: lyrisch van wrok en geluk.

Lippenrood. Vijfentwintig gedichten. Uitg. Stupers Van der Heijden, Den Haag 1977