Het hoge Noorden. De mooiste Nederlandse verhalen over Scandinavië en IJsland.

Kester Freriks is sinds jaren geboeid door het Scandinavische en IJslandse landschap van eeuwig zingende bossen, van fjorden, van midzomernachten en noorderlicht. Schrijvers als Selma Lagerlöf, August Strindberg en Kerstin Ekman maakten die belangstelling nog dieper. Voor Het hoge Noorden zocht hij Nederlandstalige verhalen bijeen die een caleidoscopisch beeld geven van de romantiek, de schoonheid en de verschrikkingen van het noorden. Jef Geeraerts, die zijn door een ongeluk omgekomen geliefde verbrandt. Atte Jongstra, die in Zweden tot ‘hovenier’ benoemd wordt. J. Bernlef, die een onderzoeksrechter belast met een geheimzinnige moord. En vanzelfsprekend een stuk uit het fascinerende Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Voorts zijn auteurs als Marcellus Emants, Jan P. Strijbos en Judicus Verstegen vertegenwoordigd.
In de inleiding ‘Het verlangen naar onherbergzaamheid’ schrijft Kester Freriks: “Mijn eerste glimpen van het noorderlicht ving ik op tijdens een reis als zeventienjarige door Noorwegen. Ik herinner me een geheimzinnig schijnsel hoog aan de hemel. Het was of je in een huis verbleef, waar iemand vergeten was het licht uit te doen. Door een half openstaande deur of het trapgat viel het licht naar binnen, wat ijl en onwezenlijk. Elke kamer bezat zijn eigen lichtbron, verschillend van de ander. Zo ontstond een spectrum van lichtsoorten en hun reflectie.
Wat ik me voor alles herinner zijn de bewegingen van het noorderlicht, als slingerende banen van lila, paars en helgroen. Het waren ´sluiers van licht’, zoals iemand dit verschijnsel – dat trouwens ontstaat door elektrische ontlading van de deeltjes in het universum bij lage luchtdruk – eens noemde.”

Het hoge Noorden. De mooiste Nederlandse verhalen over Scandinavië en IJsland. Uitg. Prometheus, Amsterdam 2001