‘… haunted by the past’

 

 

Grand Hotel Lembang

Her mouth hardly moves when she looks at me and says: ‘Stop asking questions all the time’.
I can’t look through the veil of her face. I can’t detect any emotion in her voice.
Indonesia. Country that’s impossible to return to. My mother looks straight ahead as if she hasn’t heard anything, look at the hazy, if veiled, horizon that sharply delineates the bright silver airplanes.
In: Massachusetts Review. Amherst, Massachusetts, USA. Summer 1986
Vertaling E.M. Beekman

Medea’s Kiss

Many of her mother’s friends are like fathers to her – when she was younger they read to her and now they take her into town – and many of the women friends are like mothers. Still, as long as she can remember, Josje has lived with only her mother in the house on the south side of Amsterdam. When Tobias stays with them during the summer she slips silently into his bedroom each morning and kisses him awake.
In: The Literary Review. Madison, New Jersey, USA. Summer 1987
Vertaling John Rudge

Hölderlins Turm

Am Anfang des Sommers reiste ich zum Hölderlin-Turm in Tübingen.
Ich könnte nicht per Anhalter fahren. Mein Gepäck war zu schwer. Ich wollte einen Koffer mit Büchern mitnehmen. Für zwei Wochen mietete ich zu einemn niedrigen Betrag ein weisses Auto. Der Charme alter Autos: das das Weiche der kunstlederen Innenverkleidung und der an weiten Reisen erinnernde Duft des Interieurs.
In: Hölderlins Turm. Göttingen, 1985
Vertaling Barbara Engelmann

 

     
 
Slechtvalk. Artis Bibliotheek Amsterdam
 
Giervalk. Artis Bibliotheek Amsterdam
 

 


Biografie

Kester Maria Freriks werd op 24 oktober 1954 geboren in Djakarta, Indonesië, aan de Djalan Mangarai Selatan in de wijk Meester Cornelis. Zijn vader was als telegrafist verbonden aan de Indonesische luchtvaartmaatschappij Garuda. Op 31 december 1957 dienden alle Nederlanders de voormalige kolonie te verlaten. Over dit gedwongen vertrek en de omzwervingen in Nederland schreef Kester Freriks in zijn debuut Grand Hotel Lembang. Hij bracht zijn jeugd door in Zandvoort en Groningen. In Almelo volgde hij de middelbare school. In 1974 vertrok hij naar Amsterdam om aan de Universiteit van Amsterdam Nederlandse Taal- en Letterkunde te studeren met als bijzondere richtingen Literatuur- en Theaterwetenschap. In deze jaren was hij als vertaler en acteur verbonden aan het Amsterdamse toneelgezelschap Handke/Weiss.
Hij debuteerde met verhalen in het Hollands Maanblad. In 1979 verscheen de verhalenbundel Grand Hotel Lembang. Als romanschrijver, dichter en essayist profileerde Kester Freriks zich in tijdschriften als De Revisor, De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Maatstaf, De Tweede Ronde, De Held, Fodor Maandblad, De Zingende Zaag en Bzzlletin. Hij was als gastredacteur verbonden aan het Amsterdams Studentenweekblad Propria Cures. Door Hans Warren in PCZ is hij de ‘laatste romanticus van de Nederlandse literatuur’ genoemd. Over de bekroonde roman Hölderlins toren (1981) oordeelt Arie Staal, verbonden aan de Eastern Michigan University, Michigan, USA dat Kester Freriks een schrijver is ´haunted by the past’.
Sinds 1981 is Kester Freriks verbonden aan NRC Handelsblad, waarvoor hij toneelrecensies, beschouwingen, reportages, natuurscènes en reisverhalen schrijft. Hij volgt voor de bijlage Boeken de Scandinavische literatuur. Met regisseur Gerardjan Rijnders publiceerde hij in het Cultureel Supplement een polemiek in briefvorm over het Nederlandse theater die als Tranen op bevel (1992) werd gebundeld.
In het academische jaar 1985-1986 was Kester Freriks writer-in-residence aan de University of Minnesota, Minneapolis, USA. Hij publiceerde de verhalen Grand Hotel Lembang in het toonaangevende The Massachusetts Review (Amherst, Massachusetts, Summer 1986) en in The Literary Review (Fairleigh Dickinson University, Madison, New Jersey, Summer 1987) verscheen Medea’s Kiss uit de bundel Soevereine actrice (1983).
Over deze verhalen schreef Marlise Simons in The New York Times Book Review dat ze het toonbeeld zijn van ‘the boom in Dutch fiction, where values are in vogue’.
Proza, essays en poëzie verschenen in diverse bloemlezingen, zoals September (1982), Eerste liefde (1983), Het favoriete personages (1983), Met liefde (1988), 15 Theaterverhalen (1989), 25 onder 35 (1990), Nooit op zondag (1996), De 100 beste gedichten van 1997 (1998), Mijn leraar Nederlands (2001), Oorlog (2001), Vaderschap (2002), Zinnenstrelen. Erotische poëzie uit Nederland en Vlaanderen (2002), Reisgenoten (2004) en Kastanjegedichten (2006)

 

Nawoord Kester Freriks

 

Bibliografie

1977 Gaston Salvatore: Büchners dood. Vertaling. Handke/Weiss Gezelschap, Amsterdam
1979 Grand Hotel Lembang. Verhalen. Meulenhoff, Amsterdam
1981 Hölderlins toren. Roman. Meulenhoff, Amsterdam
1983 Soevereine actrice. Verhalen. Meulenhoff, Amsterdam
1983 ‘Piazza Annunziata’. Beschouwing. In: Over God. Tabula, Amsterdam
1985 Hölderlins Turm. Vertaling: Barbara Engelmann. Verlag Bert Schlender, Göttingen
1987 Friedrich Hölderlin: Vanuit de afgrond namelijk… Twaalf brieven. Vertaling. Nova Zembla, Arnhem
1987 De Metropool. Novelle. Nederhof Productie, Amsterdam
1988 Domino. Roman. Meulenhoff, Amsterdam
1990 Friedrich Hölderlin: Onder een ijzeren hemel. Brieven. Vertaald, bezorgd en van een nawoord voorzien door Kester Freriks. Privé-domein. De Arbeiderspers, Amsterdam
1990 ‘Afscheid en herinnering, stem en tegenstem’. Maria Dermoût 1888-1962. Essay. In: In Indië geweest. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam
1990 Sundog. Verfilming van de novelle De Metropool. NOB, Hilversum. Regie: René Roelofs. Scenario: Hans Ter Burg. Acteurs: Michael Krass als John en Olaf Malmberg als Chris
1991 De rots. Toneel. Theater aan de Haven, Den Haag
1991 De Trabant en de Adelaar. Essay. Het Nationale Toneel, Den Haag
1992 De Wespendief. Toneel. Theater van het Oosten, Arnhem
1992 Tranen op bevel. Brieven over theater met Gerardjan Rijnders. L.J. Veen, Amsterdam
1992 Heemskerk. Verhaal. Culturele Raad Noord-Holland, Haarlem
1993 De palmen van Amsterdam. Briefwisseling met Geerten Meijsing. De Arbeiderspers, Amsterdam
1995 ‘Zomersneeuw’. Essay. In: Getekend. Nederlanders in Japanse kampen. Museon, Den Haag
1995 Zuidzuidoost. Toneel. Theater van het Oosten, Arnhem en Gezelschap van de Zee, Kats
1996 ‘Kroongetuige van de koningin’. Verhaal. In: Dan liever de lucht in. Em. Querido’s Uitgeverij
1997 Ogenzwart. Roman. Meulenhoff, Amsterdam
1997 Lippenrood. Vijfentwintig gedichten. Stupers Van der Heijden, Den Haag
1997 De Golven van het Van Starkenborghkanaal. Verhaal. Athena’s Boekhandel, Groningen
1998 Eeuwig Indië. Verhalen. Meulenhoff, Amsterdam
2000 Geheim Indië. Het leven van Maria Dermoût 1888-1962. Biografie. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam
2000 Maria Dermoût. Verzameld werk. Nawoord Kester Freriks. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam
2001 Koningswens. Roman. Meulenhoff, Amsterdam
2001 ‘Een zwijgend gesprek’. Beschouwing. In: Jaap Min: Portretten en figuren. Kunstdrukkerij Mercurius, Wormerveer
2001 ‘Een schatkamer van het toneel’. Een halve eeuw theaterjaarboeken. Beschouwing. Theater Instituut Nederland, Amsterdam
2002 ‘Wieklemmen en eierwarmers’. Beschouwing. In: Wat is Nederlands nog in dit land? De Geus, Breda
2003 De pink van de reus. Verhaal. Dordtse Cahiers, Dordrecht
2005 Madelon. Het verborgen leven van Madelon Székely-Lulofs. Biografische roman. Conserve, Schoorl
2006 Ons Koninkrijk. Toneel. Zeeland Nazomer Festival, Middelburg
2006 ‘Signatuur: G Jansen Jan’. Biografie. In: Geert Jan Jansen. Oeuvrecatalogus. Van Spijk Art Projects, Venlo
2006 ‘Onze benjamin heet Viola’. Verhaal. In: En had de liefde niet… De Bezige Bij, Amsterdam
2007 Op weg naar Odysseus. Toneelreportage De Appel. Foto's Leo van Velzen. Den Haag
2008 Dahlia's en sneeuw. Roman. Conserve, Schoorl